O(h)pen podium

We hadden deze week vrij van proza-les; de reacties op mijn verhaal die ik vorige week kreeg, tijdens les 2, bewaar ik nog even voor een volgend blog.
Zoals het wel vaker gaat in mijn leven, heeft de werkelijkheid mijn plannen alweer drie keer ingehaald: gisteren stond ik op een Open Podium in Allemanswaard in Amerongen, met gloednieuwe visitekaartjes in m’n zak. In de aanloop naar dit dorpse spektakel was zaterdag al een gedicht van mijn hand verschenen in onze enige, journalistieke, online dorps-kwaliteitskrant “Hillridge“. Dat had ik te danken aan het sturen van enkele enthousiaste tweets de dagen ervoor. Ook het brutaal sturen van twee blogs naar de SchrijvenOnline redactie werd beloond met een aardige mail en de mededeling dat er misschien een blog van mij zal worden gepubliceerd.

Genante gebeurtenissen en dingen die misgaan
Ik zou bij het lezen van bovenstaande als collega wanna-be-schrijver gelijk afhaken. Ik zit niet te wachten op een amateur-halleluja-verhaal van een concurrent. Ik kikker altijd veel meer op van het lezen van smeuïge, gênante gebeurtenissen en dingen die misgaan bij anderen. Gelukkig kan ik je hierop trakteren. Praktische tips en “do’s & don’ts” vind ik zelf fijn, dus die heb ik er aan toegevoegd.

Lege zalen en foute kaartjes
Hoewel groots aangekondigd, zat er nauwelijks publiek in de zaal (wel vier heel lieve vrienden).
De goedogende presentatrice durfde me nauwelijks te tutoyeren (aan mijn uiterlijk te zien gokte ze waarschijnlijk dat ik van haar moeders leeftijd was, terwijl ik later vernam dat we één bouwjaar scheelden).
De AZC-band, een van de grotere muziek-acts, en 5-koppig groot, verliet al bij de eerste pauze de zaal, waardoor het publiek zo’n beetje gehalveerd werd.
Ook heb ik een ontwerpfout gemaakt, waardoor ik nu tweehonderd visitekaartjes bezit waarop staat dat Gerrit Achterberg postuum een nieuw gedicht heeft geschreven.
Van dat soort narigheid knap ik als lezer van een blog altijd enorm op.
Hieronder nog twee pijnlijke ontboezemingen, speciaal voor de vrouwelijke lezers.

Dokter Spock
Eén: de kapper had deze week mijn haar te kort geknipt; denk aan een dokter Spock-kapsel; ik heb namelijk ook dat soort wenkbrauwen.
Twee: bij het uitzoeken van een nieuw jasje in de dameswinkel implodeerde ik door alle stress zo dat ik ongewild een relatie-soap heb ontketend. Dat jasje heb ik maar laten zitten; die relatie natuurlijk niet: die wordt momenteel gelijmd, want die is antiek (en kostbaar).
Tip: ga dus niet een dag van tevoren op zoek naar een nieuw jasje. Laat je wel een paar dagen vooraf onverwachts meeslepen door je partner naar het strand.

Theaterlampen en papier
Met mijn artistiek te korte haar, en tijdig verzoolde schoenen heb ik in ‘gewoon nette kleren’ het publiek bijna 8 minuten bezig gehouden met mijn teksten. Dat doe ik ook wel eens voor mijn werk, maar dan typen mijn toehoorders ondertussen een mailtje op hun laptop of bestuderen de gipsen ornamenten aan het plafond. Tijdens het voordragen van mijn gedichten zag ik alleen hel-verlichte theaterlampen. Waarschijnlijk aangezet op volle sterkte, om de leegte in de zaal te verhullen.

Tips van topper Jonathan
De beste tips kwamen van hoofdact Jonathan Griffioen – let op: dat wordt een grote. Hij leerde me dat je bij langere voordrachten rekwisieten moet meenemen. Een paar bundels van eigen hand; een glaasje met inhoud, liefst met een schuimkraagje, zodat je om en om kunt declameren en nippen. Het aller-aller-belangrijkste is echter het organiseren van een handzaam hoog tafeltje, waarop je dat glaasje, bovenop je eigen dichtbundels, naast je neer kunt zetten. Zonder tafeltje moet je elke keer diep afdalen naar de grond, en dat is voor het publiek van jongens zoals Jonathan misschien extra leuk, maar je kunt dit niet elk publiek met elke dichter aandoen. Of je schopt per ongeluk een vol glaasje om, dat dan natuurlijk direct voor kortsluiting in de tent zorgt. Heb ik nooit iemand over gehoord, maar ík zou het kunnen doen. Ik heb dat namelijk al eens gedaan, op een hotelkamer in Brussel. Toen zat de hele verdieping een half uur in het donker. Gelukkig was dat nog voor die aanslagen. Enfin. Ik zou schrijven over onconventionele zaken; bovenstaande is voor elke wanna-be schrijver niets nieuws.

Onconventionele tips: de stemtherapeute
Ik ben deze week bij een stemtherapeute geweest. Is dat aan te raden?
Voor types zoals ik? Ja, doen! Het helpt enorm als je therapeute een hoogpolig wolwit vloerkleed heeft, waar je met je sokken, op mag gaan staan. Ook het bordje “zielzingen” aan de buitenkant van het kantoor, geeft dichters die van alliteraties houden, zoals ik, meteen een oppepper.
De lessen die stemtherapeute Rita voor mij had betroffen mijn houding (klein beetje door de knieën en de borst ‘openen’), mimiek en armgebaren (ben ik vergeten tijdens de voordracht), mijn spreeksnelheid (teksten moeten kunnen bezinken) en mijn blik op het publiek (kijk nét boven de ogen van iemand, dan lijkt het of je iemand aankijkt). De blik op mezelf werd er ook iets milder door.
Tip: draag je gedichten sowieso voor aan iemand die jouw gedichten nog niet kent, en vraag of iemand de boodschap kan verwerken in het tempo dat jij voordraagt. (Het gaat niet om het krijgen van een waardeoordeel.)

Uit het hoofd of van papier?
Moet je je gedicht uit je hoofd leren? Nee. Ik heb gezocht naar YouTube filmpjes van dichters op de Nacht van de Poëzie (tip: Ivo de Wijs, 2015). Veel poëten hebben een briefje of boekje. Het helpt wel als je het gedicht goed kent. Een briefje vasthouden helpt ook tegen de zenuwen.
Tip: print je gedichten uit op lettertype 14. Nadeel: meer blaadjes betekent meer geknisper voor de microfoon. Een dichter die handgeschreven briefjes meenam moest soms twee keer kijken. Tablets of smartphones zijn voor mij theoretische alternatieven: juist als ICT-er vertrouw ik graag op papier.

Welke gedichten draag je voor?
Het maakt natuurlijk uit voor wie je voordraagt. Ik had geen idee wat voor publiek er zou komen, maar ik verwachtte vooral vrienden en bekenden van de performers. Vooraf had ik twee gedichten uitgezocht: een waarvan ik al wist dat een paar mensen het leuk vonden, en een nieuwere. Dit laatste gedicht heeft met onze regio te maken. Ik hoopte dat het herkenbaar zou zijn voor iedereen.
Ik had geluk; ik was als tweede; het publiek is dan nog niet ‘murw’. Dichteres Vian Moo die na de pauze, als 8e kwam, had luchtige ‘one-liners’ uitgezocht: deze komische, puntige gedichtjes gingen erin als koek. Vian had al vaker opgetreden. Ze gaf het publiek tussen de oneliners door steeds de tijd, zodat het kwartje kon vallen. Dat werkte heel goed.

Met of zonder toelichting?
Voor beide gedichten heb ik een paar zinnen toelichting geschreven. Het bedenken en uitschrijven kostte me een paar uur, omdat ik wilde dat ik de tekst makkelijk zou kunnen uitspreken.
Je kunt mijn toelichting en mijn gedichten hier vinden. Uiteindelijk heb ik het papier alleen voor mijn gedichten gebruikt; de toelichting heb ik in mijn eigen woorden gedaan. Sommige dichters vertellen er niets omheen, anderen wel. Ik denk dat je moet doen wat het beste bij jou en je gedichten past.
Ik durfde het zelfs aan om ongepland een derde gedicht voor te dragen: een limerick van mijn nu al vermaarde visitekaartje.

Een verkorte versie van deze blog is, op 19 april 2016, gepubliceerd op SchrijvenOnline.

Reacties
Reageren mag. Graag zelfs.
Stuur een tweet naar: @honderdmeter

(1207 woorden) 7291 karakters
Copyright © 2016 · Honderd Meter

Dit blog is ook in verkorte vorm op 11 februari 2016 gepubliceerd op SchrijvenOnline.

Facebooktwittermail